Wat was de flamenco-opera eigenlijk?
De naam kan misleidend zijn. De Ópera Flamenca was geen opera in muzikale zin, maar de benaming die werd gebruikt voor de grootschalige flamencoshows die, vooral vanaf de jaren twintig, zang, dans en gitaar naar theaters, arena’s en andere grote locaties brachten.
De term had ook een commerciële en fiscale dimensie: door de voorstellingen onder een met opera verbonden benaming te presenteren, konden ze profiteren van een gunstiger belastingregime dan variétévoorstellingen. Maar de hele periode reduceren tot een fiscale constructie doet haar tekort. Belangrijker is dat deze circuits hielpen om flamenco tot massacultuur te maken.
De flamencohistoriografie plaatst deze periode in ruime zin doorgaans tussen de jaren twintig en het midden van de jaren vijftig, met de breuk door de Spaanse Burgeroorlog. Het was de tijd van grote gezelschappen, professionele impresario’s, uitgebreide tournees en programma’s waarop meerdere grote namen samen optraden.
Van het café cantante naar het grote publiek
De flamenco-opera viel samen met de neergang van het klassieke café-cantante-model en een ingrijpende verandering in de verspreidingsmedia. Flamenco was niet langer uitsluitend afhankelijk van het podium en directe overdracht: grammofoonplaten, elektrische opnametechniek, radio, pers en betere vervoersmogelijkheden vergrootten de reikwijdte van een artiest ver buiten de directe omgeving.
Die verandering is een van de sleutels tot De Blauwe Nacht. De tentoonstelling toont tegelijkertijd de fysieke dragers van de muziek, de reclame waarmee de bekendheid van artiesten werd opgebouwd en de documenten die de toenemende professionalisering van de sector zichtbaar maken.