---
title: "Flamenco-woordenboek"
url: https://www.tablaosflamencos.com/nl/flamenco-woordenboek
date: 2026-01-02
modified: 2026-01-05
author: "Miguel Ortiz"
image: https://www.tablaosflamencos.com/wp-content/uploads/diccionario-flamenco-01.webp
type: page
lang: nl
---

# Flamenco-woordenboek

# Flamenco-woordenboek

Een duidelijk en praktisch glossarium om flamenco te begrijpen: palos, cante, gitaarspel, dans en het meest gebruikte jargon in een tablao.

Dit **flamenco-woordenboek** bundelt essentiële termen om beter te begrijpen wat er gebeurt tijdens een livevoorstelling. Heb je je ooit afgevraagd wat *compás* betekent, waarom iemand *olé* roept, of wat het verschil is tussen *soleá* en *bulería*? Hier vind je heldere definities en wat extra context.

Het doel van dit flamenco-woordenboek is dat je met andere oren en ogen luistert en kijkt: stijlen herkennen, gitaartechnieken begrijpen, de taal van de dans herkennen en vooral nog meer genieten van live flamenco — of je nu al aficionado bent of voor het eerst een tablao bezoekt.

[A](#letra-a) · [B](#letra-b) · [C](#letra-c) · [D](#letra-d) · E · [F](#letra-f) · [G](#letra-g) · H · I · [J](#letra-j) · K · L · [M](#letra-m) · [N](#letra-n) · Ñ · [O](#letra-o) · [P](#letra-p) · Q · [R](#letra-r) · [S](#letra-s) · [T](#letra-t) · U · [V](#letra-v) · W · X · Y · Z

## A

### A palo seco

Cante die zonder gitaar wordt gezongen, eventueel met minimale percussie zoals palmas of eenvoudige slagen die de compás markeren. Het klinkt vaak rauw en direct, met alle aandacht op de stem, de aire en de intentie.

### Aire

De “sfeer” of persoonlijkheid die een uitvoering uitstraalt. Als men zegt dat een artiest “aire” heeft, bedoelt men zijn manier van fraseren, staan, in de compás vallen en er weer uit komen, en emotie overbrengen.

### Alboreá

Cante die traditioneel verbonden is met Roma-/Gitano-vieringen, vooral bruiloften. Qua klank en begeleiding ligt het dicht bij de wereld van de soleá en het valt op door zijn ceremoniële karakter.

### Alegrías

Palo uit Cádiz met een heldere, levendige compás, heel dankbaar voor dans en gitaar. Het klinkt feestelijk, maar in de traditionele vorm kan het juist strak opgebouwd zijn, met duidelijke secties en remates.

## B

### Bailaora / Bailaor

Artiest die flamenco danst (vrouw/man). Het combineert techniek (voetenwerk, armen, draaien), muzikaliteit (compás en accenten) en podiumuitstraling.

### Braceo

Het geheel van arm- en handbewegingen in de dans. Het is niet alleen “tekenen” in de lucht: het bepaalt ook karakter, stijl en de dialoog met cante en gitaar.

### Bulería

Razendsnelle, zeer populaire palo met sterke wortels in Jerez. Eén van de meest veeleisende compases door tempo, schakeringen en accentenspel; in feest en tablao werkt het vaak als explosieve afsluiter, met veel ruimte voor improvisatie en jaleo.

## C

### Cafés cantantes

Historische gelegenheden waar flamenco werd geprofessionaliseerd en regelmatig voor publiek werd gebracht. Ze waren cruciaal van eind 19e tot begin 20e eeuw en gelden als directe voorloper van het moderne tablao.

### Cajón

Percussie-instrument in de vorm van een kist, bespeeld terwijl de speler erop zit en met de handen op de voorkant slaat. In flamenco helpt het het pulsgevoel vast te houden en accenten van de compás te versterken, vooral in meer hedendaagse context.

### Cantaora / Cantaor

Flamencozangeres / flamencozanger. De rol is centraal: bepaalt het emotionele klimaat van het cuadro en stuurt vaak de intensiteit van zowel dans als gitaar.

### Cante

Het vocale onderdeel van flamenco en, in bredere zin, het universum van gezongen stijlen. Over cante praten is praten over vormen, melodieën, letras, manier van zeggen en het plaatsen van emotie.

### Cante chico

Familie van cantes met een lichter, feestelijker karakter. Thema’s zijn vaak alledaags of romantisch en passen goed bij vieringen.

### Cante grande / cante jondo

Cantes met een diepere, plechtige expressie en intense letras. Geassocieerd met verdriet, verlies en angst; vraagt grote interpretatieve autoriteit.

### Cante intermedio

Een brede, flexibele middenzone voor stijlen die niet duidelijk onder cante chico of cante grande vallen. Kan afhankelijk van artiest en context serieus of lichter aanvoelen.

### Cantes libres

Cantes waarin melodie en frasering leidend zijn en het ritme niet strak “vastzit” aan een vast patroon. Als er begeleiding is, ademt de gitaar mee met de stem en volgt eerder de intentie dan een strikt schema.

### Cantiñas

Verzamelnaam voor stijlen vooral verbonden met Cádiz (met varianten), met een snelle compás en een zeer herkenbare smaak. Onmisbaar op het podium en in tablaos door hun energie en natuurlijke band met dans.

### Carcelera

Cante met thematiek rond het gevangenisleven, ontstaan uit letras en omgevingen waarin opsluiting het dagelijkse kader was. Heeft vaak een verhalende toon en een eigen emotioneel gewicht.

### Cartageneras

Stijl verwant aan de fandangos uit het mijngebied van de Levante-traditie. Met een uitgesproken melodische kleur en expressie, verbonden met Cartagena en omgeving.

### Castañetas / castañuelas

Percussie-instrument (castagnetten) uit de traditionele Spaanse dans. Het kan voorkomen in “aflamencado” repertoire of escuela bolera, maar het geldt niet als essentieel element van de meest orthodoxe flamenco.

### Colombianas

“Ide y vuelta”-cante met inspiratie uit populaire muziek uit de Amerika’s. Lichter en melodischer van karakter, vaak met een duidelijke, aangename cadans.

### Compás

De ritmische basis van flamenco: het patroon dat puls en accenten ordent. De compás kan worden gedragen door palmas, gitaar, cajón, tikken met knokkels of zelfs door de manier waarop cante en dans fraseren en “ademen”.

### Copla

Kan verwijzen naar het vers of de strofe van een letra. Er bestaat ook “copla andaluza” als eigen genre: cultureel verwant, maar niet hetzelfde als flamenco.

## D

### Duende

Dat moment waarop er iets “opengaat” en de uitvoering boven de techniek uitstijgt. Het woord benoemt een intense verbinding tussen artiest, cante en publiek die raakt zonder uitleg.

## F

### Falseta

Melodische frase of passage van de gitarist tussen begeleidingen, remates of ademruimtes van de zang. Helpt een eigen taal te tonen, spanning te bouwen, de stem te laten rusten of een dansinzet voor te bereiden.

### Fandango

Grote familie van stijlen met veel regionale varianten. In flamenco kan het met duidelijke compás of in vrijere vormen voorkomen en het heeft door de jaren heen herkenbare sub-stijlen per streek en “school” voortgebracht.

### Farruca

Palo met een sobere uitstraling en stevig karakter, sterk verbonden met dans in een “serieuze” esthetiek. Wordt gespeeld met een rechte puls en een gitaar- en choreografietaal die elegantie en ingehouden kracht zoekt.

## G

### Golpe

Gitaartechniek waarbij percussie ontstaat door met hand (of vinger) op het klankblad te tikken terwijl men speelt. Versterkt accenten van de compás en geeft een heel fysiek ritmegevoel.

### Guajira

“Ide y vuelta”-palo met Cubaanse invloed en een zingbare melodie, waarin lichtheid en elegantie samenkomen. Op het podium valt het op door zijn open aire en het verfijnde werk van gitarist en zanger.

## J

### Jondo

“Hondo” (diep), op flamenco-wijze geschreven. Verwijst naar diepe, wortelvaste zang met intense emotie, waarbij interpretatie even belangrijk is als de melodie.

## M

### Malagueña

Cante ontstaan uit de fandango-variant uit Málaga en uitgegroeid tot een flamencostijl met eigen persoonlijkheid. Vaak met vrijere frasering, veel ruimte voor de stem en gitaarversieringen.

### Martinete

A palo seco-cante binnen de wereld van de tonás, met enorme expressieve kracht. Wordt vaak verbonden met arbeid en metaalbewerking (aambeeld, hamer) als ritmische en sociale verbeelding.

### Minera

Cante uit de mijntraditie van de Levante, met een heel eigen melodische kleur en ernstige sfeer. De interpretatie zoekt meestal diepte, een gedragen lijn en ingehouden dramatiek.

## N

### Nuevo Flamenco

Hedendaagse stroming die flamenco verruimt met invloeden van buitenaf (jazz, rock, Latijnse en wereldmuziek), zonder per se de kern te verlaten. Het loopt van een natuurlijke evolutie van gitaar en zang tot duidelijkere fusies in arrangement en productie.

## O

### Olé

Aanmoedigingskreet en teken van waardering, typisch voor de jaleo. Het is geen “lawaai”: goed geplaatst versterkt het de sfeer, een remate of een spanningsopbouw.

## P

### Palmas

Handgeklap om de compás te dragen en accenten te benadrukken. Het kan droger of opener klinken, afhankelijk van stijl, tempo en gewenste klankkleur.

### Palos

De verschillende flamencostijlen, bepaald door compás, melodie, karakter, herkomst en uitvoeringspraktijk. Palos herkennen helpt begrijpen waarom een cante om een bepaald soort gitaarspel of dans “vraagt”.

### Paso

Een afzonderlijke beweging binnen een choreografie. In flamenco telt een paso door zijn plaats in de compás en door de dialoog met cante en gitaar.

### Peña

Flamencovereniging of club waar flamenco wordt beluisterd, geleerd en vaak geprogrammeerd. Veel peñas waren plekken waar de afición werd gevoed, waar artiesten groeiden en waar traditie mondeling werd doorgegeven.

### Peteneras

Palo omgeven door verhalen en discussies over de oorsprong, met een zeer herkenbare melodische aire. De uitvoering zoekt vaak een ingehouden sfeer en een eigen manier van zeggen.

### Pitos

Vingersnappen als ritmische ondersteuning. Handig om de puls te markeren in informele settings of een patroon te versterken als er geen palmas zijn.

### Polo

Zeldzame, bijzondere palo, verwant in puls en aire aan de soleá en oudere vormen. Wordt gewaardeerd om zijn “klassieke” smaak en de interpretatieve uitdaging.

## R

### Rasgueo

Gitaartechniek waarbij de vingers over de snaren “vegen” om akkoorden met percussief karakter en energie te creëren. Een kenmerkend geluid van de flamencogitaar, essentieel om de compás op te tillen.

### Rumba flamenca

Populaire stijl met Afro-Cubaanse smaak, in Spanje opnieuw ingevuld, veel te horen in feestelijk en “export”-repertoire. Steunt vaak op palmas, gitaar en percussie en werkt sterk in lichte, meedoende sferen.

## S

### Sacromonte

Iconische wijk in Granada, bekend om de grottentraditie en shows die verbonden zijn met Roma-/Andalusische beeldvorming. In flamenco is het een mythische plek van ervaring, geschiedenis en scene.

### Saetas

Traditionele religieuze zang, vooral verbonden met Semana Santa, a cappella gebracht als gezongen gebed. De kracht komt uit vocale intensiteit, devotie en een “roep”-stijl die aan mediterrane tradities doet denken.

### Seguiriya

Eén van de pijlers van de cante jondo: plechtig en emotioneel zwaar. Op het podium vraagt het autoriteit; compás, stilte en intentie worden hoofdrolspelers en het hele cuadro “ademt” vaak mee.

### Sevillanas

Populaire Andalusische zang en dans, sterk verbonden met ferias en vieringen, vooral in Sevilla. Hoewel het geen “jondo” palo is, verschijnt het vaak in shows door zijn feestelijke karakter en diepe sociale wortels.

### Soleá

Fundamentele palo van flamenco: serieus en diep, met enorme rijkdom aan varianten. Het is een school van compás en manier van zeggen; wie soleá beheerst, laat vaak artistieke volwassenheid en traditiekennis zien.

## T

### Tablao

Plek voor live flamenco, erfgenaam van de cafés cantantes, ontworpen voor zang, dans en gitaar van dichtbij. In een goed tablao voelt het publiek de compás “in het lichaam”.

### Taconeo

Ritmisch voetenwerk van de bailaor, met slagen en combinaties die met de muziek in gesprek gaan. Goed gedaan is het niet alleen snelheid: het is helderheid, accent en controle over de compás.

### Tocaora / Tocaor

Flamencogitariste / flamencogitarist. De rol gaat verder dan begeleiden: compás dragen, inzetten sturen, sfeer bouwen en persoonlijkheid geven met falsetas en remates.

### Tonás

Verzameling zeer oude a palo seco-cantes waarin de stem zonder gitaar leidt. Puur essentiegebied: intonatie, intentie, stilte en waarheid in de interpretatie.

### Toque

De kunst van het spelen van flamencogitaar en, in bredere zin, de persoonlijke stijl van de gitarist. Over toque praten is praten over compás, klank, middelen, begeleiding en “spreken” met de snaren.

### Traje

Flamencokleding, vooral zichtbaar in dans en feestelijke context. Kan zowel het traje de flamenca (ferias) als podiumkleding voor de voorstelling betekenen.

## V

### Verdiales

Variant verwant aan de fandango, sterk verbonden met de provincie Málaga. Met een uitgesproken folkloristische smaak en een karakteristieke puls, met een eigen identiteit binnen de Andalusische kaart.

### Villancicos

Traditionele Spaanse kerstliederen die soms met flamencokleur kunnen worden gebracht. Toch is de oorsprong volks en seizoensgebonden en ze behoren niet tot de kern van de flamencopalos.

Als je tot hier bent gekomen, heb je al een stevige basis om live flamenco te begrijpen. Dit **flamenco-woordenboek** is bedoeld om erbij te pakken zodra er een nieuw woord opduikt in een show, in een letra of in een gesprek tussen aficionados.
